Waarom de onderhandelingen tussen Turkije en de Koerden faalden

door Chris Den Hond
Gepubliceerd door het onafhankelijke online magazine Orient XXI op 21 maart 2016. Vertaling door Kristel Cuvelier (Koerdisch Instituut Brussel)

Na jarenlange vredesonderhandelingen, die op een gegeven moment zelfs succesvol leken, laaide het oorlogsgeweld de afgelopen maanden opnieuw op in Turks Koerdistan. President Recep Tayyip Erdoğan ontketende een totale oorlog die ervoor zorgt dat jongeren in de regio in toenemende mate radicaliseren. Maar de opkomst van de Koerdische beweging in Syrië verzwakt de positie van Ankara.
Zomer 2015: de Turkse overheid verbreekt het vredesproces met de Koerden na twee aanslagen, in Diyarbakir op 5 juni en in Suruç op 20 juli, beiden toegeschreven aan de Islamitische Staat (IS). De Koerdische Arbeiderspartij (PKK) doodt uit wraak twee politieagenten in hun bed in Diyarbakir. Voor de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP) is dit het gedroomde argument om de vredesonderhandelingen te staken. “Maar dergelijke zaken gebeurden tijdens het vredesproces de hele tijd,” merkt Ezgi Başaran op, journalist bij het Turkse dagblad Radikal.
“Wanneer je onderhandelt met de vijand en je beslist om de gesprekken voort te zetten, dan ga je verder, wat er ook gebeurt. De PKK heeft in 2014 een politieagent gedood in Bingöl zonder dat hierdoor het vredesproces onderbroken werd. Maar na de dubbele moord in Diyarbakir in juli 2015 zei de Turkse regering dat de PKK de prijs zou betalen en daarop begon de regering met militaire operaties. En de PKK sloeg terug. Ankara claimde officieel dat ze antiterroristische operaties lanceerde tegen zowel de PKK als de Islamitische Staat. Maar in werkelijkheid waren slechts twee van de vijfendertig operaties die volgden gericht tegen IS en drieëndertig tegen de PKK in het Qandil-gebergte in Noord-Irak.”

Volgens Adem Uzun, onderhandelaar en lid van het Koerdistan Nationaal Congres (KNK), gebruikte de Turkse regering de onderhandelingen om tijd te winnen:
“Het vredesproces begon in 2013 met zogenaamde “shuttle diplomacy”, gefaciliteerd door leden van het Europees Parlement, die contact met me opnamen. Ik trok daarop naar het Qandil-gebergte om de commandanten van de PKK te vragen of ze bereid waren om te onderhandelen. Zij antwoordden: “Ja, we kunnen starten met de gesprekken als de Turken deze tenminste ernstig nemen.” Het duurde drie jaar, tot 2009, alvorens we aan tafel konden zitten met leden van de Turkse veiligheidsdiensten, ondersteund door hun regering en Erdoğan zelf. Tussen 2009 en juni 2011 werden verschillende bijeenkomsten gehouden. Verschillende routekaarten werden voorbereid, de oprichter van de PKK, Abdullah Öcalan zelf, schreef er ook één. Hij deed unilateraal enkele belangrijke toegevingen, zo werden o.m. Koerdische guerrillagroepen naar Turkije gestuurd als “boodschappers van de vrede”. De Turkse zijde beloofde veel dingen, maar deze werden nooit uitgevoerd. Ankara probeerde slechts tijd te winnen, terwijl de bouw van reusachtige kazernes in de Koerdische regio in snel tempo voortgezet werd. In 2011 heeft Öcalan een protocol verwelkomd dat voorgesteld werd door de Turkse delegatie. Maar nauwelijks een week later verklaarde Erdoğan op televisie: “Als ik premier was geweest in 1999 (tijdens de gevangenneming van Abdullah Öcalan), dan zou ik hem geëxecuteerd hebben.” Zo verwierp hij het vredesproces op het beslissende moment in juni 2011 en kwam er een verdere escalatie van het geweld.”
In januari 2013 werden de vredesonderhandelingen hervat, maar toen werden drie vrouwelijke Koerdische activisten vermoord in Parijs. “Het was een poging van bepaalde elementen binnen de Turkse diepe staat om het vredesproces te saboteren.” In een brief die voorgelezen werd tijdens de Newroz-viering in Diyarbakir in 2015, nu net één jaar geleden, riep Ocalan op om de wapens te laten zwijgen. Toen de Democratische Partij der Volkeren (HDP) op 7 juni 2015 13 procent van de stemmen behaalde, besefte Erdoğan echter dat hij de door hem verlangde gekwalificeerde meerderheid niet zou verkrijgen die nodig is om de grondwet te veranderen en daarop veranderde hij het geweer van schouder. Duizenden Koerdische activisten, journalisten en academici werden gearresteerd en gevangengezet. Adem Uzun legt uit: “Erdoğan verbrak de dialoog en hernam het oude nationalistische lied: één natie, één vlag, één taal. Hij zei: “Als ik de Koerden kan verslaan in Turkije, dan kan ik een Koerdische entiteit in Rojava vermijden”.”

Een nieuwe Mustafa Kemal
Hoe kunnen we deze ommezwaai van Recep Tayyip Erdoğan verklaren? Volgens Ahmet Insel, professor aan de Universiteit van Galatasaray in Istanbul, is het de droom van Erdoğan om de plaats in te nemen van Mustafa Kemal Ataturk in de Turkse geschiedenis.
“Het is zijn belangrijkste ambitie om een nieuw Turkije te stichten dat veel conservatiever is, veel religieuzer en dat veel sterker staat tegenover het Westen. Helaas voor hem is hij vast komen te zitten in de grote splijtzwam van het Midden-Oosten, namelijk de onmin tussen soennieten en sjiieten, en hij laat Turkije vervallen in de eeuwenoude tegenstelling tussen Ottomanen en Perzen. Door te kiezen voor de soennitische as waagde hij het in zee te gaan met jihadistische groepen in Syrië, zoals het al-Nusra Front en al-Ashaab, waarvan een heel aantal leden ondertussen overgelopen zijn naar de Islamitische Staat.
Volgens de regering-Erdoğan vormt niet de Islamitische Staat het grootste gevaar, maar de Koerden. De Islamitische Staat is voor de regering een bedreiging van voorbijgaande aard, tijdelijk gevaarlijk dat wel, maar niet op lange termijn; ze zien het als een randverschijnsel dat er over tien jaar niet meer zal zijn. De Koerden zijn echter ook aanwezig in Syrië – en ook daar onder invloed van de PKK als gevolg van de sterke ideologische band tussen de PYD en PKK. Daardoor worden zij beschouwd als vijand nummer één, een vijand die Turkije al meer dan een eeuw vreest. Dat is de achterliggende gedachtegang van de Turkse staat en van Erdoğan, maar ik denk dat hij deze de strijd zal verliezen. Wat er ook gebeurt, op korte of lange termijn, wat ze vrezen zal gebeuren, dat is onvermijdelijk. De Turkse staat heeft de controle over de Islamitische Staat verloren. Hebben ze daar spijt van? Ik ben daar niet zo zeker van, omdat voor Erdoğan de Islamitische Staat een blokkade vormt tegen de gebiedsuitbreiding van de Koerden in Syrië. De Amerikanen zien de Koerden als de enige kracht die in staat is de Islamitische Staat te bestrijden. De Turkse staat en Erdoğan zien de Islamitische Staat daarentegen als de enige kracht die in staat is de Koerdische expansie tegen te houden. Ankara wil niet dat de Islamitische Staat verslagen wordt, maar ze willen ook niet dat ze overwinnen, ze willen een evenwicht tussen de Islamitische Staat en de Koerden. Dat zou hen het beste passen.

Een gemiste kans
“Turkije heeft echter niets te bieden aan Syrië voor de oplossing van het Koerdische probleem, want het is niet langer uitsluitend een zaak van binnenlands beleid. Het Koerdisch vraagstuk is eerst en vooral een onderdeel van het grotere Syrische vraagstuk. Zolang de Turkse regering zijn angst voor een Koerdische politieke entiteit in Syrië, die beïnvloed wordt door de PKK, niet overwint, zal het niet onderhandelen met de Koerden in Turkije. We hebben een kans gemist. Voor 2011 konden we de Koerdische kwestie binnen Turkije oplossen, nu met Syrië in de strijd, kunnen we ons niet langer veroorloven om het te behandelen als een geïsoleerd, intern vraagstuk,” aldus professor Insel.

Dogan Özgüden, journalist bij Info-Türk, vertelt:
“In 2006 gaf het vredesproces reden tot hoop, vooral onder de Koerden, wiens bestaan al tientallen jaren ontkend werd door de autoriteiten. En waar tenslotte, dankzij het initiatief dat Öcalan leidde vanuit de gevangenis in Imrali, ook Erdoğan, de publieke opinie in Turkije – en zelfs de wereld – in geloofde. Maar na een aantal electorale overwinningen van de pro-Koerdische Democratische Partij der Volkeren (HDP), veranderde Erdoğan van tactiek en kwam het tot een breuk. Het is zijn ambitie om zijn presidentschap sterker te maken met uitgebreide bevoegdheden, zonder daarbij rekening te houden met het Turkse parlement of de rechtspraak. Intussen dwarsboomde de HDP echter zijn ambitie en weigerde om hem te steunen in zijn streven. Dit betekende een eerste breuk. Een tweede breekpunt kwam er tijdens de verkiezingen van juni 2015, toen de HDP, tegen alle verwachtingen in, het parlement binnentrad met 80 afgevaardigden.”
In deze nieuwe context herbegint Erdoğan het conflict, hij intensiveert de bombardementen op de basissen van de PKK, voert een nationalistische retoriek tegen de “Koerdische terroristen” en herneemt zijn streven om de (vervroegde) verkiezingen van november 2015 te winnen – ook al weet de HDP ook dan opnieuw meer dan 10 procent van de stemmen te halen. Ondanks zijn electorale succes, behaalt Erdoğan nog steeds niet de vereiste meerderheid om de grondwet eigenhandig te wijzigen. Daarop intensiveert hij de militaire operaties en uit verdediging lanceren de Koerden in bepaalde steden het idee van zelfbestuur met lokale autonomie.
Aan beide zijden verdubbelt het geweld, op 17 februari en 13 maart wordt Ankara opgeschrikt door twee bloedige aanslagen, opgeëist door de Vrijheidsvalken van Koerdistan (TAK). Op 17 februari worden in Ankara 28 militairen gedood, waaronder 20 hooggeplaatste officieren, de slachtoffers van 13 maart zijn burgers. Het beoogde doel van deze laatste aanslag was volgens TAK het hoofdkwartier van Özel Team, de beruchte speciale anti-terrorisme-eenheden van de politie die zich schuldig maken aan ontvoeringen, martelingen en verdwijningen van Koerdische activisten. De bomauto reed in de richting van hun hoofdkwartier. Hij werd echter opgemerkt en onmiddellijk beschoten, waarna de auto tegen een bus aanreed en ontplofte. De link tussen de TAK en de PKK is wazig, maar door het uitblijven van een politieke oplossing voor het conflict, nemen vergelijkbare gewelddadige reacties in hevigheid toe.

Vier machtscentra
“Vandaag zijn er vier machtscentra in de Koerdische beweging,” zegt Dogan Özgüden:
“Ten eerste is er Abdullah Öcalan, de oprichter van de PKK, die in complete isolatie gevangen gehouden wordt op het eiland Imrali. Hij blijft een zeer belangrijke rol spelen. Zijn invloed is echter verminderd, daar hij een gijzelaar is van de Turkse staat die beslist of en wanneer hij contact mag hebben met zijn advocaten en afgevaardigden van de HDP. Een tweede machtscentrum wordt gevormd door de politieke en militaire leiding van de PKK in het Qandil-gebergte in Noord-Irak. Het derde centrum is de legale pro-Koerdische partij in Turkije, de HDP. En nu is er nog een vierde machtscentrum bijgekomen: de Democratische Uniepartij (PYD) die aan de macht is in Syrisch Koerdistan. Deze vier centra fungeren als communicerende vaten. Er is geen tegenstelling of splitsing tussen de vier, integendeel, de opmars van de PYD in Syrische Koerdistan versterkt de HDP in Turkije en de PKK in de bergen van Qandil, omdat een heel volk het hoofd ophief na de overwinning in Kobanê.”
In Turks Koerdistan, daarentegen, heerst er een echte spanning tussen enerzijds de politieke en burgerlijke strijd van de HDP en haar burgemeesters en anderzijds de stedelijke gewapende strijd van de nieuwe generatie Koerdische jongeren voor wie het vredesproces steriel is en voor wie de ware voortuitgang van de Koerdische strijd, zoals Kobanê, dient te gebeuren met wapens in de hand. Noch Öcalan, noch de PKK-leiding in het Qandil-gebergte, kunnen al die Koerdische groepen die willen strijden in toom houden. Vandaar de loopgraven en barricades in de Koerdische steden in Turkije die vervolgens het slachtoffer werden van verschrikkelijke vernietigingen door het Turkse leger.

De geweldsspiraal doorbreken
Adem Uzun vertelt:
“Als de Koerden zelfbestuur uitroepen in de steden, reageert de staat met de vernietiging van de zelf-beheerde gebieden. Jonge Koerden verdedigen zich. De loopgraven en barricades werden niet opgericht om aan te vallen, maar om zichzelf te verdedigen. Het Turkse leger stuurde tanks, pantservoertuigen en helikopters. In de afgelopen zes maanden werden in de belegerde steden meer dan zevenhonderd mensen vermoord, waaronder een honderdvijftigtal mensen die levend verbrand werden. Nu is het oorlog in de steden. Om uit deze gevaarlijke geweldsspiraal te ontsnappen, vragen wij een echt vredesproces. De Koerden zeggen: “Als jij mijn kleuren wil aanvaarden, aanvaard ik de jouwe. Als u ons onze rechten niet geeft, zullen we ze nemen.” ”
De Koerden in Syrië, die uitgesloten werden van de Syrische vredesonderhandelingen in Genève, consolideren ondertussen hun gezag in Rojava, in het noorden van het land. Donderdag 17 maart keurden ze een federaal systeem goed voor Rojava dat gebaseerd is op territoriale en niet op etnische basis, met vertegenwoordigers van de Arabische bevolking en andere minderheden in deze gebieden. Niet niks in een regio die verscheurd wordt door etnische en religieuze spanningen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s