Autonomie en vrouwenemancipatie

Een bijdrage van de Koerdische bevrijdingsbeweging

Dilar Dirik

Het verzet van Kobane, waar vrouwen uit een vergeten gemeenschap een historische overwinning behaalden tegen het fascisme van de Islamitische Staat, waarvan de ideologie is gebaseerd op het vernietigen van alle culturen, gemeenschappen, talen en kleuren van het Midden-Oosten, herstelde vertrouwen in de mensheid over de hele wereld. Het verzet was niet enkel een overwinning tegen de meest openlijk fascistische groep van onze tijd, maar ook een wake-up call voor systeemkritische bewegingen over de hele wereld, die in Rojava opnieuw theorie en praktijk verenigd zien en in de glimlach van de Koerdische vrouwen, die verkrachtende moordenaars bevechten met hun filosofie, hun meest esthetische manifestatie vonden.

DD

Net zoals veel statenloze volkeren, hebben de Koerden zwaar geleden onder de gevolgen van hun statenloosheid, gaande van de dagelijkse discriminatie en assimilatie tot de meest brutale genocides. De Koerdische Arbeiderspartij (PKK) dacht, net als andere nationale bevrijdingsbewegingen, dat de oprichting van een onafhankelijke en verenigde Koerdische staat de oplossing voor hun problemen zou zijn. Maar binnen een veranderende wereldcontext en na fundamentele zelfkritiek en kritiek op de overheersende socialistische/communistische praktijken en ervaringen, die erg op de staat gefocust waren en gericht op het grijpen van hiërarchische macht, begon de leiding van de PKK onder impuls van Abdullah Öcalan, tegen het einde van de jaren 1990 een nieuw project te formuleren als een alternatief voor de staat. Volgens Abdullah Öcalan, die al sinds 1999 gevangen is in een Turkse gevangenis op het eiland Imrali, gaan de wortels van onderdrukking terug tot het ontstaan van de staat (en patriarchaat). Öcalan verwijst naar de overgang van de communale (gemeentelijke) organisatie in het Neolithicum naar de aanvang van een etatistische Sumerische beschaving. Öcalan stelt dat de staat zowat de ‘erfzonde’ van de mensheid is en stelt dat het “reëel bestaand socialisme”  en nationale bevrijdingsbewegingen falen vanwege hun obsessie voor een eigen staat, in plaats van de verdieping van de democratie. Tijdens de Newroz vieringen van 2005 werd het nieuwe paradigma van vrijheid en democratisch confederalisme voorgesteld.

Het nieuwe project van het “democratische confederalisme”, gebaseerd op gendergelijkheid, ecologie, en radicale grassroots-democratie, is een poging om de macht terug aan de mensen te geven en lokaal te besturen, in plaats van te vertrouwen op een staat. De beslissingen worden genomen in de plaatselijke “gemeenten” en volksraden en de wil van het volk wordt gecoördineerd via comités, die enkel dienen om de collectieve besluiten uit te voeren.

Democratisch confederalisme is een nieuw model van sociaal, politiek en economisch bestuur, op basis van zelfbeschikking, van de verschillende volkeren in Koerdistan en daarbuiten, dat door vrouwen en jongeren getrokken wordt en door de Koerdische vrijheidsbeweging als alternatief voor de staat wordt voorgesteld. Niet statenloosheid, maar de staat zelf is het probleem en vormt de grootste hindernis voor vrijheid. Om te ontsnappen aan de overheersing van het systeem, dat zich over de hele wereld, over een tijdspanne van 5000 jaar, heeft geïnstitutionaliseerd als een synthese van het patriarchaat, kapitalisme en de staat (en in het bijzonder de ideologisch monopolistische natiestaat), is dit systeem gebaseerd op het tegenovergestelde: bevrijding van de vrouwen, ecologie en grassroots-democratie.

De daad van verzet tegen het staten-systeem steunt op democratische autonomie, wat evenveel betekent dat mensen zich in principe en in de eerste plaats, volgens hun gemeenschap organiseren. Deze gemeenschappen zijn bij voorkeur gebaseerd op een zogenaamde “ethisch-politieke” samenleving, wat betekent dat het oplossen van maatschappelijke vraagstukken en het verzorgen van het dagelijks zelfbestuur als een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid wordt aanzien, in plaats van je neer te leggen bij de beslissingen van een bureaucratische elites. Gemeenschappen beschikken over comités en regelen dagelijkse problemen door het creëren van een bewuste samenleving. Volksraden op verschillende niveau’s; van dorp, stad tot regionaal niveau zijn entiteiten waar aan de politiek in handen van de mensen gestalte wordt gegeven. Enkel en alleen wanneer problemen niet op lokaal niveau kunnen worden opgelost of wanneer ze het lokale niveau overstijgen, worden ze aan een hoger niveau overgedragen.

Binnen het hele systeem geldt het principe van co-voorzitterschap, vanaf het niveau van de gemeenschap (gemeente, wijk, …) tot op het niveau van de gemeenteraad of niveau van de stad. Het idee van gedeelde macht tussen een vrouw en een man is zowel symbolisch als praktisch. Het doel hiervan is de decentralisatie van de macht en het zoeken naar consensus te bevorderen. Tegelijkertijd staat het symbool voor de verloren harmonie tussen vrouwen en mannen. Enkel vrouwen hebben het recht om de vrouwelijke co-voorzitter te verkiezen, terwijl de mannelijke co-voorzitter wordt gekozen door iedereen. De vrouwen, die een voortrekkersrol in de opbouw van de democratische autonomie spelen, organiseren hun eigen – zelfs ideologisch sterkere – structuren en zetten een confederatie van vrouwen op.

Öcalan spreekt vaak over twee beschavingen, de mainstream of dominante beschaving tegenover de democratische beschaving. Het idee is dat met de opkomst van hiërarchische structuren die kunnen worden teruggebracht tot het einde van het Neolithicum en het begin van de sumerische beschaving, zich een beschaving op basis van macht, geweld, onderdrukking en monopolisme heeft zich ontwikkeld. Een democratische beschaving vertegenwoordigt de strijd van de gemarginaliseerden, de onderdrukten en de uitgesloten mensen, in eerste plaats vrouwen. Het “democratisch confederalisme” is daarom een manifest van de democratische beschaving.

Een dergelijk systeem is gestoeld op vrijwillige en vrije deelname in een gepolitiseerde en ethische samenleving, eerder dan zich te legitimeren door middel van dwang en recht. In dit systeem kunnen alle personen en groepen, dat wil zeggen, etnische, religieuze en taalkundige groepen alsook mannen en vrouwen zichzelf en hun identiteit vrij uiten. Opdat dergelijke democratische instelling zich in de geesten zou kunnen ontwikkelen, dienen eerst voorwaarden worden gecreëerd, die vrijwillige deelname aan de democratie als een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid bevorderen.

In Turkije werd in 2009 het project van democratische autonomie uitgeroepen om de macht van het volk te coördineren via lokale structuren van zelfbestuur, zoals dorpen, steden en gemeenten en autonome vrouwen- en jongerenorganisaties. Er werden een aantal zelfvoorzienende woon- en agrarische coöperaties opgericht en er werden grassroots projecten gestart. Als gevolg hiervan zijn er duizenden mensen in de gevangenis gegooid in het kader van de ‘KCK operaties’, beschuldigd van separatisme onder de terrorism- wet. Momenteel zijn er ongeveer 10.000 politieke gevangenen in Turkije, waarvan de meeste zijn aangesloten bij de autonome democratische structuren.

Kortom, “democratisch confederalisme” is een poging om de macht  terug te winnen en om te vormen en de wil van het volk tot uiting te laten komen. Het is een democratie zonder een staat. Hoewel dit idee te hoog gegrepen kan lijken vandaag, wordt dit model heel goed ontvangen door de mensen ter plekke omdat het hun verzuchting naar emancipatie vertolkt. Rojava verwezenlijkt dit idee.

Vrouwen-emancipatie

Vrouwen zijn vaak actief in de nationale bevrijding en revolutionaire strijd, maar zodra deze ‘bevrijding’ als bereikt wordt aanzien, verliezen ze hun nieuw verworven status omdat veel bewegingen de ‘vrouwenkwestie’ als een minder dringend onderdeel van het grotere geheel beschouwen. Vooral in het Midden-Oosten volstaat het niet langer voor vrouwen om ‘geweld te veroordelen’ wanneer geweld een constante is geworden in het leven van mensen. De opkomst van de Islamitische Staat maakte de rampspoed duidelijk, die de afhankelijkheid van mannen en of van legers van een staat met zich meebrengen: niets anders dan de vrouwenmoorden. Vandaar de noodzaak van een radicaal zelfverdedigingsmechanisme.

Abdullah Öcalan stelt dat vrouwen de eerste historische kolonie zijn. Volgens hem ligt de mannelijkheid aan de grond van maatschappelijke problemen: “De man is een systeem. De man is staat geworden en uitgegroeid tot de dominante cultuur. Klasse en seksuele onderdrukking ontwikkelen samen; mannelijkheid heeft het heersende geslacht gegenereerd, de heersende klasse en de heersende staat. Wanneer je de mens in deze context ziet, is het duidelijk dat mannelijkheid [symbolisch] moeten worden gedood. Het doden van het dominante mannetje is het uitgangspunt van het socialisme. Het is het doden van de macht, het doden van de eenzijdige dominantie, de ongelijkheid en de onverdraagzaamheid. Het is het doden van het fascisme, de dictatuur en het despotisme”.

Van Qandil tot Diyarbakir en van Qamishlo tot Brussel wordt de macht vandaag binnen de Koerdische vrijheidsbeweging evenredig verdeeld tussen een vrouw en een man. Binnen het systeem van Rojava geldt ook dit principe van co-voorzitterschap van kantonraad tot wijkraad. Naast co-voorzitters en quota, richtten de kantons in Rojava ook vrouwlijke defensie-eenheden op, vrouwenraden en dito academies of rechtbanken en coöperaties en dit alles tijdens een oorlogssituatie en onder het gewicht van een embargo. De vrouwenbeweging Yekîtiya Star is autonoom georganiseerd in alle geledingen van de samenleving, van militaire verdediging tot economie, van onderwijs tot gezondheid. Autonome vrouwenraden bestaan parallel aan volksraden en hebben vetorecht mbt. beslissingen van deze volksraden. Mannen die geweld plegen tegen vrouwen horen geen deel uit te maken van de administratie en vrouwen zijn de belangrijkste besluitvormers, rechters en beleidsmakers met betrekking tot vrouwenzaken, zoals gendergerelateerd geweld. Gender-based discriminatie, gedwongen huwelijken, huiselijk geweld, eerwraak, polygamie, kindhuwelijken, en de bruidschat zijn verboden. Veel niet-Koerdische vrouwen, met name Arabieren en Assyriërs, zijn toegetreden tot de gewapende zelfverdedigingseenheden en tot de administratie in Rojava en worden aangemoedigd om zich ook autonoom te organiseren.

Opmerkelijk, hoewel vrouwenbevrijding altijd deel uitmaakte van de agenda van de PKK, werd de autonome organisatie van de vrouwen sterker, vanaf het moment dat de ideologische shift van het politieke doel van de natie-staat in de richting van democratische autonomie verschoof. Naarmate de relatie tussen de verschillende vormen van onderdrukking werd geïdentificeerd, naarmate inherente hegemonische aannames en mechanismen van het staats-systeem werden ontmaskerd, werden er alternatieve oplossingen gezocht en werd  de bevrijding van de vrouw als een ijzersterk principe steeds duidelijker.

Voor betekenisvolle bevrijdingsstrijd moet de bevrijding van de vrouwen niet enkel een doel, maar ook actieve methode in het bevrijdingsproces zijn. Democratie wordt ten gronde bepaald door de mate waarin vrouwen bevrijd zijn. Dit betekent uiteraard niet dat een feministische samenleving al bestaat, maar het betekent dat Rojava’s agenda voor vouwenbevrijding waarlijk  revolutionair is.  Of zoals er op een groot spandoek in het centrum van de stad Qamishlo staat: “We zullen de aanvallen van ISIS verslaan door de vrijheid van vrouwen in het Midden-Oosten te garanderen”

Een democratische natie

Een ander grondbeginsel van het democratisch confederalisme, zoals verwoord door Öcalan, is de “democratische natie”, die het begrip “natie” loskoppelt van etnische implicaties en zich richt op het vormen van een politieke eenheid op basis van waarden en beginselen, met andere woorden, een eenheid van denken, bestaande uit politieke subjecten in plaats van objecten ten dienste van de staat. Het ontkoppelt het idee van de natie van betekenisloze etnische vormen van verbondenheid en geeft een meer betekenisvolle ethische invulling, het staat voor een eenheid gebaseerd op principes, zoals het principe van vrouwenbevrijding. Tegenover de racistische uitgangspunten van het separatistische bestel van de natiestaat met zijn mentale en fysieke grenzen, vormen etnische, religieuze, taalkundige verschillen en identiteiten binnen de democratische natie, de kleuren, facetten en diversiteit van deze natie zodat zij ook effectief bijdragen aan de democratisering. Dat deze regio, die voornamelijk wordt bewoond door Koerden, de overheersing van de ene groep ten koste van anderen verwerpt en gemeenschappen aanmoedigt om zich te organiseren en zelf autonome structuren op te zetten, is baanbrekend voor het Midden-Oosten, waar sectarisme en het nationalisme het denken van mensen heeft besmet met een monopolistische “één natie, één religie, één taal, één vlag” doctrine. Hoe diverser de democratische natie is, hoe sterker de democratie zal zijn. Wanneer we dit tegenover het monopolisme van de ideologie van de natie-staat stellen, zien we dat volkeren en gemeenschappen zich versterken en verdedigen door dit idee, dat het een anti-these vormt voor de maatschappelijke confederaties ten opzichte van een monopolistische, centralistische en hegemonistische machtscentra die mensen tot slaaf maken.

De Revolutie in Rojava, waar de Koerden, Arabieren, Assyriërs, Armeniërs, Turkmenen en Tsjetsjenen samen een nieuw alternatief systeem proberen op te bouwen, vertrekt vanuit deze politieke opvatting. Zo wordt het kanton Cizîre in Rojava tezamen geleid door een Arabische clanleider en voormalige guerrillastrijdster. In het meest multiculturele kanton, Cizîre, zijn er drie officiële talen, Koerdisch, Arabisch en Assyrisch. Door ervoor te zorgen dat niet alleen de Koerden, maar alle etnische en religieuze gemeenschappen deelnemen aan het bestuur, binnen een seculier kader, wordt ook een risico op minder efficiënte administratie genomen… Het handvest van de kantons, het sociaal contract, werd in januari opgesteld en begint als volgt: “Wij, het volk van de Democratische Autonome Regio van Afrin, Jazira en Kobane vormen een confederatie van de Koerden, Arabieren, Assyriërs, Chaldeeërs, Arameeërs, Turkmenen , Armeniërs en Tsjetsjenen en verklaren vrij en plechtig dat dit handvest is opgesteld volgens de principes van de Democratische Autonomie”.

Zelfverdediging als een filosofische pijler

De militaire politiek van de Koerdische vrijheidsbeweging berust op het concept van ‘wettige zelfverdediging’ en omvat het oprichten van sociale en politieke mechanismen om de samenleving te beschermen voorbij de grenzen van een louter fysieke verdediging. In de natuur ontwikkelen levende organismen ook zelfverdedigingsmechanismen, zoals rozen hun doornen, niet om aan te vallen, maar om het leven te beschermen. Abdullah Öcalan noemt dit de ‘rozen theorie’.

Opdat een samenleving op gelijkaardige wijze weerstand zou kunnen bieden, zonder militaristisch te worden, dient ze zich te onthouden van het imiteren van etatistische concepten van geweld en dient zij in plaats daarvan communalistische waarden te koesteren en haar macht aan haar basis te ontlenen. Enkel vanuit individuele zelfrealisatie en zingeving kan men aanspraak maken op het recht om te leven en zichzelf en de gemeenschap te verdedigen. Dit alles dient te vertrekken vanuit een bewuste, betrokken, actieve en gepolitiseerde samenleving die een gemeenschapslievende ethiek internaliseert, met inbegrip van fundamentele waarden als toewijding aan de vrouwenbevrijding, in plaats van te vertrouwen op wetten die afgedwongen worden door de kapitalistische staat en zijn politieapparaat.

De strijdkrachten in Rojava tonen aan hoe zelfverdediging kan werken zonder hiërarchie, controle en dominantie: ten midden de oorlog richten zij zich op ideologisch onderwijs. De helft van de leerstof gaat over gendergelijkheid. Strijders leren in academies dat ze niet vanuit wraak mogen ageren en dat de huidige militarisering enkel een noodzakelijk gevolg van de oorlog is. De academies werken aan een gemeenschap met ongewapend veiligheidspersoneel, dat mondeling bemiddelt bij geschillen in de wijken. Het uiteindelijke  doel is hen redundant te maken en af te schaffen door de opbouw van een ‘ethisch-politieke maatschappij’, die op het niveau van de gemeenschap haar eigen, meest cruciale, problemen zal oplossen. Het concept van zelfverdediging van de Koerdische vrijheidsbeweging stelt dat indien we toegewijd zijn aan het verdedigen van de samenleving, we ook filosofisch alle ideologische aanvallen op de samenleving moeten kunnen counteren, aangezien systemen van overheersing en hiërarchie zich eerst in de geesten ontwikkelen.

Hoe progressief eerder aangehaald beleid ook mag zijn, het heeft geen enkele betekenis zonder de mobilisatie van de bevolking en zonder dat de waarden die het uitdraagt werkelijk doorleefd zijn. Door het politiseren van de hele samenleving, door de empowerment van het bewustzijn van mensen en het collectief transformeren van de geesten in de samenleving tot politieke subjecten, probeert de revolutie ieder onderdeel van de samenleving, door middel van onderwijs, te bereiken. In haar systeemkritiek neemt de Koerdische beweging rond de PKK een standpunt in tegen de aanhorigheid aan de positivistische wetenschap en de relatie tussen kennis en macht, welke de expliciete verbanden tussen verschillende vormen van dominantie vertroebelen, en het geloof in een andere wereld onderuit halen door het mondiale systeem als de natuurlijke gang van zaken voor te stellen.

Voortbouwend op concepten, ontwikkeld door denkers als Foucault en Braudel, stelde Öcalan de ontwikkeling van een benadering van de wetenschap voor, die het hegemonische begrip van de wetenschap in vraag stelt, in het bijzonder binnen de sociale wetenschappen, een benadering die zich niet louter beperkt tot het categoriseren van verschijnselen rondom de mens en de verschillende aspecten van het leven, los van elkaar, opsplitst tussen de talloze takken van de  wetenschap, maar praktisch streeft naar oplossingen voor maatschappelijke problemen, een ‘sociologie van de vrijheid’, gecentreerd rond de stemmen en ervaringen van de onderdrukten, vrouwen in het bijzonder.

Als voorbeeld haal ik hier een academie voor sociale wetenschappen in Rojava aan, waar een 70-jarige vrouw die traditionele volksverhalen reciteert en daarmee exemplarisch is in het uitdagen van het eenzijdige geschiedschrijven door hegemonische krachten en positivistische wetenschap. Het vormt een radicale daad van verzet tegen het voormalige monistische regime. Wijsheid en kennis opdoen buiten de hegemonie van de moderne wetenschappen is een centraal objectief in de houding van Rojava t.o.v. onderwijs. Kennis is overal, het moet worden gewaardeerd en gedeeld.

Vandaag de dag zien de mensen van Noord-Koerdistan de guerrilla vaak als hun levensverzekering, maar door de ervaring met zelfbeschikking en democratische autonomie hebben ze een politieke kracht ontwikkeld, die hen in staat stelt om als volledig onafhankelijke – en bewuste politieke actoren te handelen.

In steden, dorpen en buurten in heel Koerdistan, in het bijzonder in Silopi, Cizre, Nusaybin en Sur, hebben mensen barricades opgeworpen om terug te vechten tegen de Turkse staat, die hen hun hele leven heeft bezet en die massaal onschuldige burgers afslacht.

Tot slot, laat ons het begrip ‘radicale democratie’ demystificeren. Er bestaat uiteraard geen wiskundig algoritme voor vrijheid, maar het heeft toch wel iets te maken met de liefde voor de mensheid als gemeenschap. Het klinkt banaal, maar veel meer dan door theoretische ideeën is radicale democratie in Rojava tot leven gekomen door het feit dat, in tegenstelling tot het hoogontwikkeld kapitalistisme, het gemeenschapsgevoel er nog levend is. Ik herinner me mijn eerste reis naar Rojava, ik had de eerste internationale academische delegatie naar de regio georganiseerd. Hoewel al onze leden over het algemeen linksen waren, vroeg ik me af hoeveel onder hen eigenlijk in een dergelijk systeem zouden kunnen leven, zelfs indien het een perfect systeem zou geweest zijn. Hoeveel van hen zouden in een systeem durven leven, waarin we middelen delen, waar we onze problemen samen met onze buren oplossen en de anonimiteit van de staatsbureaucratieën opgeven? Zouden we instemmen met een leiding van justitie, samengesteld uit niet-professionelen? Zouden we onze energie steken in het omvormen van de meest gemarginaliseerde mensen tot politieke subjecten, zonder het bij de eerste fout op te geven? Hoeveel mensen zouden werkelijk geloven dat een arme, analfabete, moeder van tien kinderen, slachtoffer van huiselijk geweld, een diepere politiek bewustzijn dan hen kan hebben? Hoevelen zouden zo’n vrouw cruciale besluiten toe vertrouwen? Tenzij het over machines en automaten gaat, kunnen we niet zomaar verwachten dat duizenden jaren oude gedachten en doorleefde onderdrukking miraculeus, als gevolg van een paar wijkraden of theoretische principes zomaar verdwijnen, het gaat over de samenleving. Laten we niet vergeten dat de meeste strijd begint met een vraag naar erkenning, een plaats in de geschiedenis. We moeten onze ideeën levend maken. Hoe radicaal is anders een strijd, die er niet in slaagt om zich te verspreiden?

Het verhaal van Rojava klinkt als een epische saga van heldendom, de verhaallijn van een roman, maar het is geen toeval dat, net als het mondiale systeem in een zoveelste existentiële crisis duikt, deze twee verhaallijnen, glimlachende, hoopvolle vrouwen aan de ene kant, en moorddadig gewelddadige verkrachters die hun hegemonie van duisternis bouwen op vernietiging en fascistische brutaliteit aan de andere kant, botsen op die plaats waar de eerste etatistische structuren gestalte kregen, op de plaats waar vrouwen voor het eerst in de geschiedenis hun status in de maatschappij verloren. Het is geen toeval zij, wiens geschiedenis nooit is geschreven, de moed hebben om diegenen die de geschiedenis helemaal proberen te wissen te bekampen. De huidige constellatie mag dan wel een erfenis van millennia-oude systeem van hiërarchische machtsstructuren zijn en misschien heeft onderdrukking altijd bestaan, maar tegelijkertijd zijn er ook altijd revolutionairen geweest en rebellen, en verzet.

Het is de taak van mensen over de hele wereld om deze revolutie te verdedigen, zodat de revolutie haar potentieel kan bereiken en zo onze emancipatorische menselijke creativiteit kan voeden. Rojava is niet het antwoord op alles en laat zich niet in één hokje stoppen. Mogelijk is het geen perfect systeem, maar het is handvest voor het leven. Rojava is een ware revolutie van het volk, een poging die het aandurft zich een andere wereld in te beelden.

(lezing gegeven bij de openingszitting van het internationaal colloquium – Penser l’émancipation – Université Libre de Bruxelles)

vertaling uit het Engels Geert Van Haute

 

 

 

 

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s