Mijn Koerdistan. Een reisverslag van Finci Yavuz

“I KNOW MY RIGHTS”

Het Koerdisch Instituut Brussel, Jagiellonian University Krakau, Pro Humanitate en Kurdi Der werken samen aan een project rond onderwijs in moedertaal en hoe kinderen in Koerdistan daar niet van kunnen genieten. Aan het einde van het project wordt er een boek uitgebracht om kinderen bewust te maken van hun rechten om van onderwijs te kunnen genieten in hun moedertaal. Deze studiereis van 4 tot 12 april 2015 hebben we gemaakt om zelf te gaan zien hoe het eraan toe gaan in Turks-Koerdistan en in welke mate de Koerdische taal daar getolereerd wordt in scholen, andere instellingen en het dagelijkse leven.

Zelf ben ik in Koerdistan geboren en de Koerdische taal is een rijkdom die ik al heel mijn leven in mijn hart meedraag. Geen enkele overheid of wetgeving zal mij dit ooit kunnen ontnemen. Het is de taal die mij verbindt met mijn afkomst en is een deel van mijn identiteit. Een taal is het instrument om een culturele erfgoed levend te houden. Door de moedertaal in ere te houden, blijft de taalkundige en culturele traditie. Artikel 30 van het VN-Kinderrechtenverdrag laat er geen enkele twijfel over bestaan: een kind heeft het recht om zijn of haar moedertaal te spreken en dit recht kan niet ontzegd worden.

AMED (DIYARBAKIR)

Het was bijna middernacht toen we aankwamen in Diyarbakir oftewel Amed in het Koerdisch. Het hart van Koerdistan, voor velen ook de hoofdstad van een eengemaakt Koerdistan.

Samen met andere studenten uit België, Polen en Duitsland werden we ’s anderendaags ontvangen door Kurdi Der, dat is de Koerdische partner die taalcursussen organiseert in Turkije voor alleen die Koerdisch willen leren. Het werd in 2006 opgericht om de Turkse assimilatie tegen te gaan. Het instituut werd tot 5 keer toe gesloten en in de Turkse wetgeving is er geen plaats voor dergelijke instituten waar er Koerdische taalcursussen worden gegeven. Het is een feitelijke instituut die op elke moment kan gesloten worden. Toch proberen ze door hun bestaan druk uit oefenen en de Koerdische taal op de Turkse politieke agenda te krijgen en hier een wettelijk kader voor te verkrijgen. Voor kinderen in het verboden om Koerdische taallessen te krijgen ten gevolge van de Turkse assimilatiepolitiek in Koerdistan. Laat staan dat het Koerdisch toegelaten wordt in het onderwijssysteem. Aan de universiteiten kan je wel opteren voor Koerdische studies. Toch wordt het woord “Koerdisch” niet erkend. In Turkije wordt het Koerdisch gecategoriseerd onder de “niet dode talen”. Koerdische ouders zijn zelf ook het slachtoffer van de Turkse politiek die wordt gevoerd rond de Koerdische taal. Vele Koerdische ouders leren bewust hun kinderen de Koerdische taal niet aan omdat het hen geen economische meerwaarde biedt.

“Ferzad Kemanger” is de eerste Koerdische basisschool in Diyarbakir waar kinderen naar school kunnen gaan in hun moedertaal. De school is verboden en heeft sinds haar oprichting in september 2014 een helse tocht doorstaan. Het werd tot 4 keer toe door de politie aangevallen met traangas en werd afgesloten. De Koerdische leerkrachten zette door maar een officieel statuut krijgen ze niet van de Turkse staat.

De lerarenvakbond “Egitim Sen” is een belangrijke actor in heel dit gebeuren. Ze bundelen de krachten van de Koerdische leraren en oefenen druk uit. Ze steunen het Koerdisch schooltje, ze werken samen en trachten het bestaan van het schooltje te behouden. Ze blijven ijveren voor meer Koerdische basisscholen. In Suruc hebben ze ervoor gezorgd dat de kinderen in de vluchtelingenkampen kunnen genieten van onderwijs in hun moedertaal.

Ook andere instellingen in Diyarbakir gebruiken de Koerdische taal in hun dagelijks bestuur. Het stadsbestuur van Diyarbakir communiceert ook in het Koerdisch in plaats van enkel in het Turks. Zo worden theatervoorstellingen en muziekvoorstellingen in het Koerdisch opgevoerd. Stadsplannen en reisgidsen worden ook in het Koerdisch gedrukt. De Koerdische taal wordt er omarmt en de druk op de Turkse staat om de taal te erkennen, stijgt.  De kranten Azadiya Welat en Yeni Özgür Politika waren op de hoogte van het project en hebben interviews afgenomen en geschreven over ons project.

SURUC

Na Diyarbakir zetten we koers richting Suruc. Daar werden we ontvangen door Mustafa Can. Hij is een Koerd die al meer dan 30 jaar in Zwitserland woont maar sinds de aanvallen in Rojava door ISIS, is hij crisis coördinator voor Kobani en verblijft al enkele maanden in Suruc. Vanuit hier coördineert hij alles omtrent de “vluchtelingen” uit Kobani. Tijdens zijn uiteenzetting heeft hij ons verteld wat de uitdagingen waren toen ISIS net toesloeg in Kobani en de toestroom van “vluchtelingen” begon. Toch noemde hij deze Koerden uit Kobani geen vluchtelingen want ze komen ook uit Koerdistan.

In Suruc stonden in totaal 6 vluchtelingenkampen waar de vluchtelingen uit Kobani werden opgevangen. In elk kamp stonden er ook enkele tenten met stoelen, banken en borden die een school moesten voorstellen. In de buurt van de kampen was er een huis waar alle leraren tijdelijk verbleven zodat ze dagelijks les konden geven in de geïmproviseerde scholen. De kinderen kregen allemaal les in het Koerdisch. Voordien in Rojava kregen ze les in het Arabisch. De scholen staan er dankzij het werk van de leraren vakbond en andere organisaties die vrijwillig helpen door bijvoorbeeld schoolboeken en ander materiaal te voorzien. Het Koerdisch Instituut Brussel heeft ook haar steentje bijgedragen en heeft schoolmateriaal gekocht en gedoneerd aan het lerarenhuis.

We hebben het kamp “Arin Mirkan” bezocht. Deze is genoemd naar de strijdster die tijdens de gevechten in Kobani tegen ISIS haar leven heeft opgeofferd voor haar Vaderland. In het kamp zelf hoorde ik de kinderen regelmatig “Biji berxwedana YPG/ YPJ” en “Sehid namerin” zeggen. Arin Mirkan zelf zat overduidelijk in de harten van de vluchtelingen. De kinderen krijgen ondanks alle problemen les. Van de kinderen hebben we een rondleiding gekregen in de kamp en ze vertelde mij dat ze het heel fijn vonden dat ze in het kamp naar school kunnen gaan. Ze vertelde dat ze de school heel leuk vinden omdat het hun gedachten wat verzet van alle tegenslagen. In het kamp “Arin Mirkan” stonden 3 witte tenten die het school moesten voorstellen waar banken en schrijfborden in staan. Omdat het heel warm is dezer dagen, krijgen de kinderen buiten les onder de Koerdische zon. Vóór de opbouw van de schooltenten mochten de kinderen van het kamp zelf aan de binnenkant van de tenten tekeningen maken om het wat speelser en levendiger te maken zoals in een echte klas. Naast gewone lesuren worden er ook andere activiteiten gedaan met de kinderen zoals schminken, zingen en sporten. Tijdens ons bezoek hebben ze enkele zeer mooie liedjes gezongen.

Aan het begin van de aanvallen in Kobani, verbleven er 120.000 “vluchtelingen” in Suruc. Sinds de bevrijding van Kobani door de YPG en YPJ, zijn de “vluchtelingen” nu stilletjes aan het terugkeren. Er zijn nog steeds mensen aanwezig in de kampen die niet kunnen teruggaan en nog steeds noodzakelijke hulp nodig hebben. Alle hulp is dus nog steeds welkom!!

MARDIN

In Mardin hebben we Mardin Artuklu Universitesi bezocht. Daar werden we ontvangen door het hoofd van het departement voor Koerdische studies, 3 Koerdische professoren en de verantwoordelijke voor Erasmus. De professoren vertelde ons met veel passie over de inhoud van hun vakken die ze doceren aan de universiteit. Ook hebben we een rondleiding gekregen op de universiteit en hebben bij afloop een zak met heel wat Koerdische boeken cadeau gekregen. Nadien hebben we het stadhuis van Mardin bezocht. We werden ontvangen door Februniye Akyol. Ze is samen met Ahmet Türk co-burgemeester van Mardin. Ze heeft verteld over de werking van het stadsbestuur en andere verbonden vrijwilligersorganisaties. Na het bezoek aan het stadhuis zijn we doorgereden naar mijn geboortestad Midyat. Een oude stad met zeer diverse inwoners en eeuwenoude gebouwen. Er wonen vooral Koerden, Arabieren en Syrisch-orthodoxen. We hebben er verschillende kerken en kloosters bezocht.

HASANKEYF

Onze laatste dag hebben we in Hasankeyf doorgebracht. Het is een antieke stadsvesting met een grote geschiedenis gelegen aan de rivier Tigris in de provincie Batman. Turkije is begonnen met de bouw van de Ilisu dam. Deze dam op de Tigrisrivier dreigt het historische stadje onder water te zetten. Hierdoor zullen veel archeologische schatten verloren gaan. In Hasankeyf werden we geïnterviewd door de lokale televisie Jian TV, op die manier hebben we ons project kunnen voorstellen aan de lokale kijkers.

TERUG NAAR DIYARBAKIR

Laat op de avond zijn we vanuit Hasankeyf terug richting Diyarbakir vertrokken om van daaruit terug naar België te komen.

Het was een zeer educatieve reis waar ik met zeer veel overgave aan heb deelgenomen. Ons werk begint nog maar pas. We gaan starten met het schrijven van het boek “I know my rights” dat we in 2016 willen uitbrengen en op die manier kindere bewust maken van hun rechten inzake moedertaal.

Finci Yavuz, April 2015

 

This slideshow requires JavaScript.

 

 

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s