Van gewapende vrede naar democratisch confederalisme via verkiezingen?

2015-03-25_17-10-50De Newroz boodschap van Abdullah Öcalan is er één van vrede. Hij roept op om in noordelijke Koerdistan (Turkije) de wapens neer te leggen en voluit te gaan voor vreedzaam samenleven. Deze boodschap is niet de eerste van zijn soort. Het is sinds zijn arrestatie reeds de zevende keer dat Öcalan en de PKK een eenzijdige staakt het vuren afkondigden.
Onderweg naar Rojava, is onze delegatie gestrand in Qandil, het hinterland van de guerrilla. De oproep van Öcalan krijgt hier veel bijval. Tijdens ons verblijf in de bergen van Noord-Irak, krijgen we de kans om Cemil Bayik te interviewen, één van de stichtende kaders van de PKK.
We vragen hem wat de boodschap van Öcalan precies betekent voor de Koerdische zaak. Het is het begin van een gesprek dat verschillende uren zal duren.

“De PKK heeft al talrijke keren ervaren dat elk staakt het vuren dat wordt afgekondigd gevolgd wordt door provocaties vanwege paramilitaire eenheden. In de dorpen rond Amed (Dyarbakir) worden scholen in brand gestoken, mensen neergemaaid zonder enige reden. De doelstelling is vanzelfsprekend: het Turks regime wil onder de Koerdische bevolking een sentiment aanwakkeren dat aanzet tot terreuracties. Maar sinds begin jaren 2000 heeft de PKK er in Turkije voor gekozen om voluit te gaan voor een politieke en democratische strijd. Het geweld van de jaren 80 en ’90 heeft veel mensenlevens gekost, aan beide kanten. Het gewapend verzet heeft enerzijds steun opgeleverd onder de Koerdische bevolking maar anderzijds de Turkse bevolking weggeduwd. Op lange termijn helpt dat de strijd niet vooruit.”

“Wanneer Öcalan nu opnieuw oproept tot vrede verhoogt dat de druk op Erdogan. De laatste jaren heeft deze de politieke invloed van het leger drastisch verminderd. Het Turks leger was sinds de staatsgreep van 1980 immers een staat binnen de staat. Erdogan heeft ook economische hervormingen doorgevoerd die de hoogvlakte van Anatolië – waar veel Koerden wonen – een hogere levensstandaard hebben opgeleverd. Maar in zijn ogen bestaat de Koerdische kwestie nog steeds niet. Er zijn enkel ‘bergturken’ die een dialect spreken. Punt aan de lijn. Vandaag wordt het staakt het vuren door de bevolking aanzien als een kans die gegrepen moet worden. Maar op deze uitnodiging om vredesgesprekken te voeren wordt niet ingegaan. ”

Cemil Bayik gaat verder en vertelt hoe de PKK samen met andere Turkse linkse krachten de HDP opgerichtte. De partij hoopt om bij de verkiezingen in 2016 de drempel van de 10% de overstijgen. “De HDP staat bekend om het verdedigen van de rechten van minderheden, zoals de Koerden, maar ze komen ook op voor de emancipatie van de vrouw, syndicale vrijheden en de rechten van LGBT’s. De HDP trekt resoluut de kaart van de democratie, in contrast met de gooi naar absolute macht van Erdogan, die een neo-Ottomaanse grandeur nastreeft. Ook voor seculiere nationalisten, zoals Kemalisten (aanhangers van Kemal Ataturk) is de dreiging van een macht toe-eigening door de kliek van Erdogan zo groot dat ook zij menen dat de HDP nodig is om deze evolutie een halt toe te roepen. Dat betekent in feite dat ze over hun eigen capaciteiten twijfelen… Erdogan maakt steeds meer vijanden, ook binnen de eigen gelederen. De HDP werpt zich niet alleen op als een dam tegen Erdogan, maar ook als voorvechter van een democratisch vredesproces. Daarom krijgt de Koerdische zaak en de recente oproep van Öcalan zoveel bijval, en wat nieuw is , heeft dit ook een weerklank onder de Turkse bevolking. ”

We vroegen ons af waarom er dan een guerrilla blijft bestaan indien Öcalan en de PKK kiezen voor vrede en democratisch confederalisme?
Cemil Bayik licht toe dat het principe van zelfverdediging van het volk van toepassing blijft. “Indien de staten het monopolie bezitten van het geweld zal elk volk altijd onderdrukt kunnen worden. Maar dat principe betekent geenszins dat er altijd gewapende strijd moet zijn, wel integendeel.  ”

“Op het ogenblik dat de PKK werd opgericht (1978), bestond er al een fenomenale repressie, zowel naar de Koerdische studentenbeweging als naar alle progressieve en linkse stromingen en partijen in Turkije. Studentenbetoging, acties voor erkenning van de Koerdische taal en cultuur, noem maar op; altijd vielen er doden. Het staatsgeweld was er al nog voor wij uit zelfverdediging de wapens hebben opgenomen. In de jaren 70 kwam de uiterst rechtse MHP – waarvan de grijze wolven de jeugdorganisatie waren – in een regeringscoalitie en werden er bijna 2200 linkse militanten fysiek geëlimineerd.  De graad van geweld was zeer hoog en radicaal linkse krachten in Turkije voerden een politiek van rechtstreekse confrontatie met de neofascistische terreurbendes. De jaren ‘70 waren uiterst gewelddadig voor de bevolking, met pogroms in Oost-Turkije en het uitmoorden van ganse Alevitische of Koerdische dorpen. De militaire staatsgreep van 1980 deed daar een schep bovenop met 650 000 arrestaties, 1,6 miljoen in beschuldiging stellingen, dagelijkse martelingen voor de 150.000 gevangenen, 517 ter dood veroordelingen, 30.000 ontslagen in het openbaar ambt en het buiten de wet stellen van 667 verenigingen of partijen. Gedurende meer dan 15 jaar leefde Turkije in een klimaat van absolute repressie en werd de linkerzijde met alle mogelijke middelen bestreden.”

Maar de strijd tussen Turkse rechterzijde – die racistisch chauvinistisch was – en de Turkse democratische progressieve stromingen ging nooit over erkenning van minderheden of culturele autonomie. Het ging er voornamelijk om de macht te verdelen tussen verschillende fracties van de politieke en economische elites. Een strijd tussen stedelijke en vrijzinnige burgerlijke elites enerzijds en de conservatieve, religieuze en feodale elites anderzijds. Toen de officiële en nochtans legalistische Turkse communistische partij (die om grondwettelijke redenen deze benaming niet mocht dragen) in 1967 voor het eerst de Koerdische kwestie ter sprake bracht, werd deze partij onmiddellijk verboden.

Ook centrumlinks was zeer chauvinistisch en zelfs de Turkse radicale linkerzijde had geen oor voor de Koerdische zaak. De PKK is in 1978 ontstaan toen verschillende militanten tot het besluit waren gekomen dat het Turks chauvinisme binnen de linkerzijde moest bestreden worden en het zelfbeschikkingsrecht van de Koerden op de agenda moest komen. In het begin werd gekozen voor geweldloos verzet, maar deze tactiek bleek weinig effectief, tegenover de brutale repressie en het geweld van de Turkse staat. Pas in 1984 werd de guerrilla opgericht. Deze was goed georganiseerd en vaak in staat om duchtig weerwerk te bieden tegen het Turkse leger. Mede door deze gewapende verzetsstrijd, genoot de PKK veel steun onder de Koerdische bevolking. Toch betekende dit engagement niet dat een vreedzame oplossing geen kans werd gegeven. Sinds 1993  kondigde de PKK tot 7 keer een staakt-het-vuren af, meestal unilateraal, om vredesgesprekken een kans te geven. Telkens werd dit door de Turkse staat ofwel als een teken van zwakte beschouwd en startte het Turkse leger een nieuw offensief, ofwel werd de Koerdische kwestie verder ontkend. Toch werd steeds duidelijker dat noch de PKK, noch de Turkse staat deze oorlog kon winnen. De meest conservatieve schattingen spreken van 45,000 doden sinds het begin van het gewapend conflict, naast 17,000 vermisten en meer dan 2 miljoen mensen die de bergen hebben ontvlucht uit schrik voor het aanhoudend geweld.

We stellen ons de vraag of het gewapend verzet dan niets heeft opgeleverd?

Cemil legt ons uit hoe de PKK sinds de aanhouding van Öcalan de balans heeft opgemaakt van ondertussen meer dan 30 jaar gewapend conflict. Die heeft de Koerdische kwestie overduidelijk op de nationale en internationale agenda gezet. Maar nu is de rol van het gewapende strijd uitgespeeld. Öcalan slaat ook de hand in eigen boezem. Ook binnen de rangen van de PKK zijn schendingen van de mensenrechten gebeurd en dreigde een vorm van politiek banditisme op zekere momenten de overhand te nemen. Het is tijd voor een andere aanpak. Tijdens de Newroz viering dit jaar, lanceerde Öcalan 10 voorstellen die een echte en duurzame vrede in Turkije kunnen inluiden. Deze 10 artikels kaarten niet alleen de Koerdische kwestie aan, maar roepen op tot een versterking en uitdieping van een democratisch proces dat in Turkije niet alleen de rechten van de Koerden, maar ook van andere minderheden moet garanderen. Ook de emancipatie van de vrouw en ecologische kwesties, naast inkomensongelijkheid en uitbuiting staan voor Öcalan bovenaan de agenda. Hij riep op om een parlementaire commissie op te richten, die het vredesproces zou monitoren. Als dit zou gebeuren, nodigt hij de PKK uit om een congres bijeen te roepen, dat een einde zou maken aan de gewapende strijd in Turkije.

In 2013 lanceerde Öcalan al een gelijkaardige oproep, maar deze werd door Turkije beantwoord met hernieuwd geweld in Turks Koerdistan. Verbazingwekkender was misschien de uitspraak van Bülent Arinç, vicepremier en regeringswoordvoerder van de Turkse regering, net als Erdogan lid van de AKP. Erdogan had zich negatief uitgelaten over de ontmoetingen die hadden plaatsgevonden tussen de AKP en de HDP om het vredesproces op te starten. Arinç zei dat hij Erdogans opmerking misplaatst vond. “Dit zijn de persoonlijke opvattingen van Erdogan. Het is echter de regering die het land bestuurt.” Erdogan, als de president van Turkije, maakt strikt genomen geen deel uit van de Turkse regering. Dit illustreert hoe de politieke elites in Ankara steeds meer struikelen over de Koerdische kwestie en niet langer rond de oproep kunnen om een democratische en vreedzaam verzoeningsproces op te starten.

Maar strookt dit wel met de nieuwe opvattingen over democratisch confederalisme en direct democratie van onderop die nu in Rojava vorm krijgt? Verwacht men niet teveel van een vredesproces dat afhangt van het reilen en zeilen van de Turkse politieke elites? Cemil Bayik begrijpt onze bezorgdheid. Hij verzekert ons dat de Turkse Koerden niet passief zitten te wachten op de uitkomst van dit vredesproces. De HDP en haar lokale zusterpartij in Turks Koerdistan, de BDP, die daar vaak een absolute meerderheid behalen bij lokale verkiezingen, spannen zich al heel wat jaren in om de oproep van Öcalan in de praktijk om te zetten. Net als in Rojava timmeren zij met de lokale bevolking aan een direct democratisch bestuur. Ze richten scholen, bibliotheken, gezondheidscentra en andere openbare instellingen op, onder directe controle van de bevolking, die georganiseerd is in lokale raden. Op deze manier ontstaat een situatie van dubbele macht, waarbij deze democratisch geconfedereerde volksraden bestaan naast de officiële lokale instanties van de Turkse staat. De democratisering die het vredesproces op gang moet brengen, wordt reeds gecreëerd op het terrein.

(voor een historisch overzicht, zie Living Freedom. the evolution of the Kurdish conflict in Turkey and the Efforts to Resolve it , by Adem Uzun)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s